XVI Groningen

115. Tuin de Ranitz

116. Rustlust

117. Guyotplein

118. Trommiushof

119. Huis te Hil

120. Zandvoort

 

 In Groningen groeide in de achttiende en negentiende eeuw de belangstelling voor het aanleggen van stedelijk groen. De betere welvaart zorgde voor een grotere behoefte aan vrijetijdsbesteding. Dit uitte zich onder andere in de vorm van de aanleg van stadstuinen in de stad en ‘tuinen van vermaak’, gelegen om en nabij de huizen van de Groninger adel en koopmannen ten zuiden van de stad. De stadstuinen zijn veelal verdwenen, over de aanleg is helaas slecht gedocumenteerd.
Het aanleggen van zogenaamde ‘wandelingen’ op de voormalige vestingwallen, werd in de vroege negentiende eeuw populair in Nederlandse steden als Leeuwarden en Arnhem. Aangezien in Groningen de verdedigingsstructuur relatief laat werd ontmanteld – pas enige jaren na de Vestingwet van 1874 werden de stadswallen van Groningen uit de militaire functie ontheven – kwam de aanleg van grotere tuinen en parken op en buiten de stadswallen later op gang dan in andere Nederlandse steden. Het noordwestelijk gedeelte van de voormalige stadswallen van Groningen werd pas tussen 1874 en 1912 door onder meer
B. Brouwer, H. Copijn en P. van Harreveld tot het landschappelijke Noorderplantsoen ingericht.
De landschapsstijl is in Groningen mede door deze ontwikkelingen laat en niet op grote schaal toegepast. Toch zijn op de regiokaart Groningen enkele (landschappelijke) parken en tuinen uit de eerste helft van de negentiende eeuw zichtbaar. In de stad waren dit onder meer de aan de universiteit gekoppelde Hortus en het Militaire Hospitaal (Prinsentuin). Buiten de stadsranden vallen vooral het Sterrebos en de parken bij buitenplaatsen op. Deze zijn ten zuiden van Groningen geconcentreerd, langs de oude Helperlinie en in de omgeving van Haren. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw vestigden zich steeds meer gegoede burgers zich in villa’s en buitens langs deze route. Dit waren burgemeesters als De Ranitz, Hora Siccama en Van Iddekinge, en ook leden van de Provinciale Staten en notarissen als Quintus. De reeks buitenplaatsen ten zuiden van Groningen liep door richting Haren en Glimmen. Ook ontstond bij Eelde-Paterswolde, aan de andere zijde van het Hoornsediep, een buitenplaatsen- of landgoederengordel.

 

« vorige pagina