XVII Eelde en Paterswolde

121. Noordwijk

122. Vennebroek

123. Brinkhoven

124. De Braak

125. Westerbroek

126. Lemferdinge

127. De Duinen

128. Oosterbroek

129. Voorveld

 

De door het groen omringde ‘landgoederengordel’ van Eelde-Paterswolde ligt ten zuiden van de stad Groningen. De dorpen liggen op een noord-zuid-georiënteerde zandrug van het Drents Plateau, die van oudsher in het westen door het Eelderdiep en in het oosten door het Hoornsediep of de Drentse Aa werd begrensd. De zandrug van Eelde lag ten midden van beek- en heidegronden waar regelmatig veenontginningen plaatsvonden. Hierdoor ontstonden onder andere het Friescheveen en het Paterswoldsemeer.
De combinatie van het diverse landschap en de exploitatiemogelijkheden zorgden er voor dat de dorpen Eelde en Paterswolde al in de zeventiende- en achttiende eeuw het domein werden van de gegoede bevolking. Deze welvarende families hadden via weide-, landbouw- en ontginningsgronden lucratieve inkomsten en stichtten ten noordoosten van Eelde havezaten als Oosterbroek en Vennebroek. Via vaarten en scheepssloten richting het Hoornsediep hadden de bewoners een goede verbinding met de stad Groningen en het achterland. In de loop van de achttiende eeuw stichtten steeds meer Groninger families een zomer- of buitenverblijf in de aantrekkelijke omgeving van Eelde-Paterswolde.
In de negentiende eeuw werden de meeste tuinen en parken van de buitenplaatsen in Eelde-Paterswolde in een landschappelijke stijl (her)ingericht. Deze ontwikkeling is goed terug te zien op verscheidende negentiende-eeuwse kaarten. De meeste parken waren in deze periode formeel van vorm opgezet.
De uitzonderingen zijn het vroeg-landschappelijke Noordwijk en Brinkhoven, die al vroeg duidelijk slingerende vijvers vertonen en dus een van de eerste landschappelijke tuinen in de regio moeten zijn geweest. In dit gebied was Roodbaard vermoedelijk
al in de vroege negentiende eeuw als hovenier werkzaam, en dus betrokken bij deze vroege landschappelijke aanleggen. Op de kadastrale minuutplannen van 1811-1832 is zichtbaar dat ook andere tuinen als De Braak, Oosterbroek, De Duinen en Vennebroek in de loop van de negentiende eeuw een landschappelijke invulling kregen. Op de Topografisch Militaire Kaarten van 1852-1853 en later zijn alle bovengenoemde tuinen en parken in landschappelijke stijl afgebeeld.
Vooraanstaande Groninger families als Hora Siccama, Van Iddekinge en Tjassens hadden in deze regio, maar ook op meerdere plekken in de provincie huizen en grond in bezit.

Het is opvallend hoeveel parken in deze regio in eigendom waren van de familie Hesselink. In 1827 vestigden de uit Sneek afkomstige olieslager Abraham Derks Hesselink en zijn vrouw Alida Wijbes Bleeker zich op het buitengoed De Braak. Behalve
De Braak was Hesselink tussen 1854 en 1858 tevens eigenaar van de buitenplaats Nijborg. Zijn zonen Jacob en Dirk Hesselink waren enige jaren later eigenaar van zowel De Braak en Nijborg als Noordwijk. Voor de aankoop van Westerbroek door Jan Hendrik Vos van Rijswijk was Dirk Hesselink de financier. In 1886 kocht Dirks’ broer Berend Alring Hesselink Westerboek op. Een vierde broer, Willem Jan Hesselink, stichtte in 1867 huize De Marsch. Bijna overal waar een telg uit de familie Hesselink zich in Eelde-Paterswolde vestigde, werd de tuin flink aangepakt en naar een landschappelijke stijl heringericht. Roodbaard was zeer zeker bij De Braak betrokken.

 

 

« vorige pagina